Esbeekse Pastoor heeft in 1903 gat in zijn hand

In 1936 stortte de boog van het schip van de Esbeekse kerk bij de verbouwing geheel in

In de voetsporen van pastoor Van Dijk tredend en teruggaand naar de jonge Esbeekse parochie aan het begin van de vorige eeuw, komt al speurend aan het licht dat die parochie in zijn kinderschoenen reeds failliet verklaard had kunnen worden! Dat het niet zover kwam was mede te danken aan de stichter van die parochie. Na enkele jaren had deze schatrijke Osse bouwpastoor zijn ‘standplaats’ Esbeek verruild voor de veel grotere oude parochie van Hilvarenbeek. Terwijl Jurgens bijna alles uit eigen zak had bekostigd, bleek zijn opvolger pastoor H. van de Ven uit Tilburg een enorm gat in zijn hand te hebben.
Wat was het geval. Op 26 augustus 1903 was de Zeer Eerwaarde Heer Henricus Waltherus Franciscus van Dijk in Haaren op retraite op het groot seminarie. Blijkbaar was de stilzwijgende overpeinzing en terugtrekking uit het dagelijkse leven met het oog op bezinning en boetedoening te veel van het goede, want ’s morgens lag de Esbeekse pastoor dood op bed. Trots had hij twee jaar eerder, in september 1901, de ‘Broederschap van de Heilige Cornelius’ opgericht. En die had helaas niet kunnen voorkomen dat deze zwaarlijvige sigarenroker bevrijd bleef van een beroerte alsmede bescherming tegen een schielijken en onvoorzienen dood!
Met de drommen pelgrims kwamen er ook behoorlijke geldstromen Esbeek binnen. En die werden netjes apart gehouden en ondergebracht in een Cornelius- of Geheime Fonds! Bovendien hadden talloze parochianen legaten aan de kerk afgestaan. Pastoor Jurgens had een goed renderende parochie achtergelaten aan een met geld strooiende opvolger. Op 17 september, de dag van de H. Cornelius, telde de notaris drie weken na de dood van de pastoor op de pastorie negentien gulden en achttien en een halve cent. Deze pastoor Van Dijk had ten behoeve van de kerk een last van 2500 gulden en beleende effecten ter waarde van 3000 gulden. Voor openstaande rekeningen nog:

– wijnhandel Bijvoet te Tilburg
– wijnhandel Raaijmaker te Stratum
– wijnhandel Van Kol te Eindhoven
– wijnhandel wed. de Wijs te ’s-Hertogenbosch
– wijnhandel Boex te Eindhoven
– schuldvordering van bovenstaande

f 1203,70
f 140,–
f 1794,48
f 653,85
f 388,55
f 2000,–

Verder waren er nog rekeningen courant met een nadelig saldo van f 1000,– en een groot aantal onbetaalde rekeningen van de Hilvarenbeekse middenstand. Tot slot werd geconstateerd dat er achterstallige dienstbode lonen waren, alsmede enkele belasting vorderingen. De totale waarde van de voorradige goederen bedroeg ruim 4109 gulden. Hieronder waren een voorraad wijn begrepen van f 1650,– in de kelder en een ledikant met troonhemel van f 70,– op de bis-schopskamer.
De Tilburgse wollenstoffenfabrikant Bernard van Dijk, ook wel grossier in manufacturen genoemd, was een broer van de overleden pastoor. Om zijn broer niet te schande te brengen leende Bernard het bedrag bij de Geldersche Bank. De kerk was voorlopig gevrijwaard … van complete instorting!

Vergelijkbare berichten