Fransen bouwen in 1794 groot kampement op de Biest

In 1795 lag de Biest met de komst van de Fransen in een uur tijd 'geheel droog'

Op 10 september 1794 sloeg het Franse leger met 80.000 man haar tenten op in Riel op de Ronde Akker. Generaal Pichegru verbleef op de pastorie. Het kampement strekte zich uit tot in de heide richting Goirle, waar men eenvoudige veldtafels had: zijnde gegravene kringen, waarvan het buitenste tot zitplaats en het midden tot tafel diende. Na enige dagen had men het daar wel gezien: al het drinkwater was op en men trok oostwaarts via Goirle verder.
Via geschreven brieven van de oorlogsverslaggever Gerrit Paape en de patriot Herman Daendels kwamen wij een aantal bijzonderheden aan de weet. Een gedeelte van het leger vertrok op 13 september vanuit Riel naar Hilvarenbeek en sloeg een reusachtig kampement op in de hei op de Biest richting Diessen: 30.000 man! Het moet iets ten noorden van de huidige waterzuivering geweest zijn. Tijdens het graven van het latere Wilhelminakanaal stuitte men doodeenvoudig op de resten van dat kampement, die meester Lauwers foutief toeschreef aan de Franse plunderingen van 1702. Men vond er paardenbeenderen, oud vaatwerk, munten, overblijfselen van wagenwielen en honderden hoefijzers.

Het hoofdkwartier, waaronder Daendels en twee andere generaals, was ondergebracht in een ellendige boerenhut, waar een stokoude boer, boerin, derzelver kinderen en kindskinderen, meid en knegt huisvesteden. En dat in niet meer dan twee vertrekken. Toevallig werd de kraamstoel, sedert onheuchlijke tijden in deeze familje gebruikt, bezet door de Etat Major! Paape zelf sliep in een bouwvallige haverschuur.
De soldaten hadden honderden vuren aangelegd en om die vuren: hussaaren, paarden, zoldaaten en wagens. Op die manier kon men zich tegen de koude nachtlucht beschermen en om welke vuuren zij zig dan te slaapen legden. De soldaten waren erg bedreven in het bivakkeren: de zoldaaten, wanneer het leger zig nederlaat, weeten, hunnen hutten van takken en stroo op te slaan. Later werden op 15 oktober 1795 in de Diessense kerk en op het Laar grote partijen stro publiek verkocht. Dat stro was afkomstig van de Franse tenten staande op de Bieste Heide.

Generaal Daendels bekommerde zich niet om het gemis aan luxe: hij had het zo druk met zijn edel en groot plan, dat hij voorzeker niets van deeze nederige omstandigheden heeft opgemerkt. Over schaarste aan zuiver water werd wel gemopperd. Te Biest, en dergelijke waterlooze oorden waren bij de komst van ’t leger, in een uur tijds, al de putten ledig en moesten wij het vuile grondzop, dat anders niet deugde voor handwaschwater, voor onze thee en koffie gebruiken. “Die een leger volgt moet niet vies zijn”, merkte Paape nog op. Op 15 september vertrok de legertrein opgelucht van het Biest Heike via Boxtel, alwaar de Fransen ‘hun slag zouden slaan’ naar ‘s-Hertogenbosch. Is het daarom ook niet erg begrijpelijk dat men later op de Biest dáár … de waterzuivering heeft aangelegd!

Vergelijkbare berichten