Kroniek van de oude Beekse Cantorij uit 1448

De Cantorij stond vanaf de Late Middeleeuwen op de hoek van de Varkensmarkt en de Kokkestraat

De huidige Papenstraat heette vroeger Spulsestraat. Heel begrijpelijk want de straat leidde de Bekenaar naar het Hoog Spul. Vanaf de Middeleeuwen tot aan omstreeks 1840 werd het straatje van de Gelderstraat naar de Varkensmarkt altijd Papenstraat of Priesterstraat genoemd. ‘Paap’ was een andere naam voor ‘priester’. Veel Beekse geestelijken woonden in de zestiende eeuw in dat straatje, dat nu bekend staat als Varkensmarkt. Het meest bekende ‘geestelijke pand’ was de Cantorij. Het gelijknamige kerkkoor leidde onder supervisie van de ‘cantor’ niet alleen de kerkelijke zang, maar nam ook nadrukkelijk deel aan de liturgie. De kanunnik Giselbert Back stichtte op 16 maart 1448 de Cantorij en op 1 april 1448 gaf Philips de Goede zijn goedkeuring aan die fundatie. Mr. Jan Back was in 1448 de eerste Cantor van de Beekse Cantorij. De Beekse cantor Meester Zegers van Bree vroeg in 1526 of hij een bakhuis op het erf van de Cantorij mocht verkopen. Met de opbrengst van de verkoop van dat bakhuis repareerde hij in 1527 het gebouw.

De Beekse cantorij bezat in 1533 in de Papenstraat nog steeds het huis de Cantorij, dat ook dienst deed als herberg, bakkerij en school. De priester Peter Daemis was in 1568 de eigenaar. Jan Jan Marten Schellekens kocht in 1598 het pand. In 1620 werd er nog steeds herberg gehouden in de Cantorij en in 1638 was de school ook nog actief. De cantor Nicolaas van Someren verhuisde in 1629 tijdens het beleg van Den Bosch naar de Cantorij in de Beekse Papenstraat. De cantor van Hilvarenbeek woonde in 1678 nog altijd in het huis de ‘Canterije’ gelegen ten zuiden van de kerk. Lambrecht Niclaes Moonen was in 1685 ‘rademaker’ en hij woonde ook op de Cantorij. In 1706 werd het huis de Cantorij verkocht. Jan Bosmans was in 1727 de buurman want hij bezat een huis, stal en schuur zuid de Papenstraat en oost de Cantorij.

Het huis op de ‘Kantereij’ op de Varkensmarkt bleek in 1729 gesloopt te zijn. De rentmeester Cornelis de Back verkocht in 1750 voor het Capittel en de Cantorij van Beek een stuk land dat voorheen de Cantarij Huysinge was, noord de Papenstraat, aan de Heer Drossaard Anthony Timmers. Blijkbaar werd er ter plaatse weer een nieuw huis gebouwd met de naam ‘Cantorij’, want in 1802 verkocht Arnoldus Moonen het huis en schuur de Cantorij aan de Varkensmarkt. Jan Jan Lambregts verkocht in 1813 een huis met plaats, kelder, schuur, stal, put en de tuin de Cantorij. De metselaar Mathijs de Volders bezat in 1822 een huis naast de oude Cantorij aan de Varkensmarkt, noord het Papenstraatje (sectie D nr. 1068). De historische Beekse ‘muziekschool’ stond op de oostelijke hoek van de Kokkestraat en de Varkensmarkt. De huidige Cantorijstraat loopt nu terecht over het oude erf. Gelukkig zingt de namencommissie sinds enige jaren weer … het hoogste lied!