Kroniek van de voormalige Beekse Wouwerstede vanaf 1350

Groot ruiterfeest in 1938 op het terrein van de Wouwerstede of latere IJpelaar

Willem Arns Block, de kanunnik Jan Silversmit, mr. Marten de Wit, Servaes Schilders en Philip de Bie waren volgens belastinglijsten vanaf 1350 bewoners van de Wouwerstede. In 1380 was de Beekse kanunnik Jan Boect eigenaar van de ‘Wouwer met de Huizing’, de latere IJpelaar. Die kanunnik vermaakte op 31 mei 1401 vier lopen rogge uit de latere huizing de IJpelaar aan Yken Arnts van Bekerdijc. Corstiaen Peter Noykenssone bezat in 1441 een huis en hof gelegen bij de Wouwerstede. De Heer Goessen Hannaerts verhuurde in 1548 aan Pauwels Wouter Heysschen zijn stede opten Wouwer. Goessen mocht zelf zijn ‘drie cameren, den ouden sulder, half de kelder en de halve schop met de afgang naar de Wouwer’ behouden. Willem Philip de Bie kocht in 1560 de omgrachte versterking naast de Decanije. Deze Jonker ‘Philipszoen’ verkocht in 1569 de Biënstede of Wouwerstede, de latere IJpelaar, aan Cornelis Jan Schilders voor 482 Karolusgulden en hij verliet Beek om edelman van de Prins van Oranje te worden. Omstreeks 1590 werd de huizing de Biënstede verwoest. Bartholomeus de Cort kocht in 1604 van de kinderen van Jan IJpelaer de Oude en Juffrouw Catharina Spierincx een ‘stuk land met een hofstad, ruïnen, wateren en visscherijen aan de Pastorije’ genaamd de Wouwer Stede of Biën Stede. In 1606 werd Bartholomeus de Cort eigenaar van de Sonne met een weg naar zijn IJpelaar, een ruïne en het voormalige eigendom van Jan van Ypelaer uit Heusden. Deze Beekse secretaris was toen overigens ook eigenaar van de oude deels omgrachte hoeve/brouwerij op de Heuvel in Diessen waar mijn voorouders enkele eeuwen geboerd hebben.

In 1626 werd de huizing de IJpelaar van de secretaris Bartholomeus de Cort opnieuw een ruïne. Juffrouw Jacobmijne Clara Rijsbosch kocht in 1701 de IJpelaar en Jenneke, weduwe Hendrick Beersmans, was de huurder. Juffrouw Rijsbosch, de deftige bewoonster van de Sonne, liet in 1711 de IJpelaar groot 7 à 8 loopse na. Daarna bezat het begijntje Isabella Hermans even de IJpelaar met de Wouwer. In 1715 kocht de regentenfamilie Van Andel de IJpelaar voor 230 gulden. Het Beekse dorpsbestuur liet in 1722 het ‘vercken’ (bruggetje) achter de IJpelaar repareren door Wouter Rombouts. In 1729 lag het omgrachte huis de IJpelaar weer geheel desolaat. De akker van Jan Goossens, gelegen tegenover de IJpelaar en groot 4½ loopse, werd in 1734 publiek verkocht. Mr. Pieter Timmers deed in 1742 de IJpelaar van de hand. Die was 12 loopse groot en lag naast de Deconije, west een Straatje (nu Kasteelstraat) en noord de Gemene Straat (Wouwerstraat) en Johan Martinus Berghman was de koper. Deze secretaris Berghman werd meteen in dat jaar beboet, omdat hij de IJpelaar niet ‘geheimd’ had. Verder moest hij in 1745 de Beek onder de Brug van de IJpelaar drie voet uitdiepen. In 1758 liet de Beekse secretaris de IJpelaar met de ‘Viswouwer’ na west de Weg, noord de Wouwerstraat en oost het ‘Pastorijke’. Anna Louise du Prez verkocht in 1758 ‘weiland en Viswouwer’ de IJpelaar groot 10 loopse oost het Pastorijke. Mr. Cornelis Ackersdijk deed in 1759 het Pastorijke zuid en west de IJpelaar van de hand. En meteen daarna kwam ook de IJpelaar, groot 10 loopse noord de Beek, west een Gemenen Weg en oost ’t Pastorijke, in handen van Jan Lemnius.

Peter Maarlant verkocht aan de Heer Pieter Smilten in 1766 de Viswouwer met de ‘omgracht’ in de Wouwerstraat langs de IJpelaar. In 1766 was het huis de IJpelaar van Jan van Andel geheel vervallen. De Drossaart Cornelis Heinsius werd in 1767 de bezitter van de Viswouwer langs de IJpelaar. Jan Lemnius had in 1774 de ‘boomskuilen’ in het Straatje bij de Cafeet bij de IJpelaar niet geslecht. Isabella Lievens, de weduwe van Jan Lemnius, bezat in 1777 het oude huis de IJpelaar. Zij werd in 1782 beboet omdat de onderste paal van het hekken aan de IJpelaar verrot was. Ook diende die weduwe in 1791 de weg aan de IJpelaar op te maken. Jan Martinus Lemnius werd in 1809 de bezitter van ‘land, weide, hof en water de IJpelaar’, groot 12 loopse zuid het land van het Gilde St. Sebastiaan. De burgemeester Martinus Huysmans kocht weide, hof en water de IJpelaar groot 1 loopse noord de Wouwerstraat en weide en water de IJpelaar groot 2 loopse oost de Vijver van Johan Tasset, west een Straatje en noord de Wouwerstraat. De kinderen Lemmens verkochten in 1825 het land de IJpelaar noord de Wouwer en de ‘brug of beer’ tussen de vijvers moesten de kopers onderhouden.
Eind vorige eeuw heeft men jarenlang gevoetbald op het terrein van de oude Beekse Wouwerstede, de voormalige IJpelaar die geheel omgracht was in de vorm van een ‘acht’. De wereldlijke en de kerkelijke macht waren hier in de Middeleeuwen aan de oude Beke bijeen gekomen. Beke werd Hilvarenbeek, de Beek is overkluisd, de grachten zijn gedempt, de brug is gesloopt, het voetballen is gestaakt, het gehele terrein werd overhaast overbouwd en de focus lag geheel op de Vrijthof. Had men niet beter wat meer op de illustere voorganger, de aloude omgrachte ‘Wouwerstede met buurman Decanij’ … ‘acht’ kunnen slaan?

Vergelijkbare berichten